Eeuwig moes ( Brassica oleracea var. ramosa of var. acephala), Maastrichter schelk, stekkool, splijtkool, splijtmoes, bladmoes, oudewijvenkool, kelen, heggemoos of duizendkop (chou à mille têtes) is een groen koolras dat al in 1816 beschreven werd met losgroeiende donkergroene bladeren, met aan de gekartelde randen paarse tinten. Er bestaat overigens ook een bonte (sier)variëteit. De stengel kan 120 cm hoog worden. Begin vorige eeuw werd het nog veel gegeten door grote gezinnen, vooral in Limburg. De voorloper hiervan is struikkool, een nog weinig van de oorspronkelijke wilde kool gedifferentieerd type, terwijl de duizendkoppige kool met zijn sterke vertakking en vele ´kolen´ al enigszins gedomesticeerd is. De smaak van de bladeren is volgens Prades een mengeling van zoet met een toets van bittere amandelen. Prades stelt verder dat hij deze kool nooit heeft zien bloeien. Vermoedelijk is dit type kool al door de Romeinen naar onze streken gebracht. Vroeger werd eeuwig moes vooral gebruikt als eerste voorjaarsgroente en als voedergewas. Momenteel wordt het gewas minder gebruikt, vanwege een verbeterd aanbod aan groenten en voedergewassen. De naam eeuwig moes refereert aan de manier van vermeerdering, waarbij de scheuten van de plant als stekken worden gebruikt en zodoende leidt tot een ‘eeuwig’ durende vermeerdering. Eeuwig moes is geen vorstgevoelige groente en kan dus ongestoord buiten groeien. De plant blijft jaar na jaar telkens teruggroeien. Splijtkool die onafgebroken groeit kan tot 40 jaar worden! Ideaal voor een altijd groene border, en altijd aanwezig eten!
Na enige tijd is het scheuren van de plant noodzakelijk om een nieuwe en sterkere groei te garanderen.
Inmiddels is er landelijk een Netwerk Eeuwig Moes actief dat naast instandhouding van dit specifieke ras nog zo’n 200 groenterassen uit de Oerakker-collectie van Ruurd Walrecht in een twintigtal over het land verspreide historische moestuinen probeert te stimuleren (zie www.deoerakker.nl voor de deelnemers en de NPS-documentaire Eeuwig Moes van Catherine van Campen uit 2007).
Oorzaak verdwijnen: Onbekendheid, na plukken beperkt houdbaar in tegenstelling tot sluitkolen en bloemkool.
Leveranciers:
De Tuinen van Weldadigheid
Lambert en Jolanda Sijens
p/a Oude Gracht 38
9341 AB Veenhuizen
Tel. 0592-388414 of 06-40490602
info@detuinenvanweldadigheid.nl
www.detuinenvanweldadigheid.nl
Hof van Twello
Rijksstraatweg 17
7391 MH Twello
Gert-Jan Jansen
Tel. 0571-270014 of 06-51407980
info@hofvantwello.nl
www.hofvantwello.nl
De Ommuurde Tuin
Taco IJzerman en Esther Kuiler
Landgoed Oranje’s Oord (Kortenburg, Renkum)
Crocusstraat 27
6707 BS Wageningen
Tel. 0317-450354
ommuurdetuin@ijzerman.nu
www.ommuurdetuin.nl
De Historische Groentenhof
Jac Nijskens
Rijkel 21
5954 NJ Beesel
Tel. 077-4762916 of 06-53146945
info@vergeteneten.nl
www.vergeteneten.nl
Kasteeltuin Oud-Valkenburg Sjloensheim
Oud-Valkenburgerweg 1
Schin op Geul
Tel. 046-4524233 of 06-12061056
leonwillems@home.nl
www.kasteeltuinoudvalkenburg.nl
Stichting Rijksmuseum Muiderslot
Henk Boers / Siny Keus
Herengracht 1
1398 AA Muiden
henk.boers@hetnet.nl
www.muiderslot.nl
Westlands Museum
Ton Immerzeel
Middelbroekweg 154
2675 KL Honselersdijk
Tel. 0174-621084
info@westlandsmuseum.nl
www.westlandsmuseum.nl
Katwijkse bospeentjes zijn mooie dunne, in een puntje uitlopende wortels zoals ze nog door twee of drie goede telers verbouwd worden op de geestgronden achter de duinen. Onder andere door Wim Aanhane en zijn broer, die de bossen met de hand rooien en goed schoonspoelen. Schrappen is daarom niet nodig. Een lekker knapperig peentje, zoeter en brosser, dun en teer oranje-roze van kleur, totaal afwijkend van de knaloranje peentjes uit de supermarkt. De niet-machinaal gerooide Katwijkse peentjes worden vooral in België gewaardeerd. Het zaad is afkomstig van het ras Amsterdamse Bak. Ook de Katwijkse waspeen bestaat nog, deze wordt niet opgeslagen in pakhuizen, maar blijft met stro afgedekt in de volle grond tot februari.
Juist de combinatie van meer kalk en zout in de witte zandgrond zorgt ervoor dat de Katwijkse peentjes lekkerder smaken dan wortels die op zwaardere grond worden geteeld. Bovendien hebben peentjes van de geestgronden een intensere kleur, volgens de kenners. De Katwijkse peentjes waren bijna van de Nederlandse bodem verdwenen omdat de boeren achter de duinen de wortels inruilden voor de bollenteelt. Op het Amsterdam Food Plaza zijn het de firma's Mooij en Vroegop die de peentjes verkopen.
Diny Schouten zegt er in haar culinaire serie in Vrij Nederland en in haar boek Het spek van slager Blom het volgende over: “Het smaakverschil ligt behalve de grondsoort ook in het ras. Voor machinale bewerking heb je hardere peen nodig, daarom is bulkpeen (dus de supermarktpeen) een kruising met grovere winterpeen: die kun je desnoods bulldozeren – en zo gebeurt het dus ook; voor kant-en-klaar geschrapt en voor conserveren is zwaar gebutste grove peen al goed genoeg. Voerpeen eigenlijk, maar dat willen de Aanhanes niet gezegd hebben. De Aanhanes moeten nu veel moeite doen om hun eigen ‘ouderlijnen’ te bewaken, het zaad voor hun peentjes (‘Amsterdamse bak’) moet van eigen nakomelingen zijn, en daarvoor is geloof nodig in kleinschaligheid bij de zaadleveranciers.”
Oorzaak verdwijnen: Slechts geteeld door één kwekersfamilie.
Leverancier:
W.C. Aanhane (Gebroeders)
Overrijn 18
2223 EP Katwijk (ZH)
Tel. 071-4012142
EN: Leidsevaart 142
2211 WD Noordwijkerhout
Tel. 0252-3760962
Info: J. Stallen. Op Katwijk staat de allermooiste peen. Groenten en Fruit (Vakdeel Vollegrondsgroenten) 1997;11:4-5.

De Opperdoezer ronde is een vaste aardappel met een bijzondere smaak. Doordat de aardappel vastkokend is, dus niet in stukken kookt, is deze zowel geschikt voor koken als bakken. Vooral de nieuwe Opperdoezer is een kwaliteitsaardappel die het goed doet in diverse recepten. Men verbouwde vroeger in Opperdoes (kop van Noord-Holland) naast graan vooral mosterd en karwijzaad, terwijl men in de wintermaanden wat koeien op de akkers zette. Deze vorm van leven was al sinds 1500 in Opperdoes gebruikelijk. Na 1860 veranderde dit. In die tijd deed ook de Opperdoezer Ronde zijn intrede. Al in 1865 werden in Opperdoes veel zogenoemde negenwekers verbouwd. Een uit Broek op Langedijk afkomstige snel groeiende vroege aardappel. De uit Andijk afkomstige tuinder J. Sluis kruiste de negenwekers met uit baaien gekweekte variaties (baaien zijn de zaadbollen van de aardappelplant). Het resultaat was de Sluis. In 1867 begon K. Rustenburg dit nieuwe ras te veredelen. De eerste oogst ventte hij uit in Opperdoes en Twisk.
De Sluizen of Opperdoezers, in de volksmond "ronden" geheten, zouden al rond de eeuwwisseling het belangrijkste product van het dorp worden en tot op heden vormen deze, nu officieel in de rassenlijst opgenomen aardappelen als uniek voor Opperdoes, een belangrijke bron van inkomsten.
Oogst & consumptie
De Opperdoezer Ronde is een geel/wit vlezige, iets onregelmatige gevormde, ovaalronde, diepogige knol met een vrij laag zetmeelgehalte. Om deze reden wordt de Opperdoezer Ronde door kenners als delicatesse gezien. De aardappel bevat veel vitamines en hoogwaardige eiwitten. Vanwege de uiterst kwetsbare dunne schil wordt de aardappel door de telers overwegend met de hand gepoot en met de hand gerooid. De eerste aardappelen kunnen al in mei worden gerooid, als deze in plastic tunnels groeien. Aardappels in een kas kunnen zelfs al in april worden gerooid. De hele oogst is in ieder geval voor eind september uit de grond, wat de Opperdoezer Ronde tot een vroege aardappel maakt. Na aanschaf de aardappels koel en donker bewaren, ze zijn dan 4-6 weken houdbaar.
Ze zijn al sedert 1996 voorzien van de Beschermde Oorsprongs Benaming (BOB)-erkenning door de Europese Unie, het enige Nederlandse landbouwproduct met BOB naast de kazen dat deze erkenning heeft verkregen. Als de aardappels maar verkregen zijn uit gecertificeerd pootgoed. Er zijn tegenwoordig nog maar 35 telers die samen circa 150 ha telen, goed voor 4 miljoen kilo Opperdoezers per jaar. In 1996 werd er nog maar 3 miljoen kilo geproduceerd door 70 telers.
In 2009 werden de eerste Opperdoezer Rondes reeds op 22 april (normaliter pas rond Koninginnedag) door aardappelgroothandel Greydanus en Brouwer uit Heerenveen gepresenteerd in restaurant 't Plein in Joure. Er moest maar liefst 178 euro per kilo neergeteld worden, voordat Greydanus en Brouwer zich eigenaar mochten noemen van dit 6 kilo zware kistje. De opbrengst gaat zoals gebruikelijk jaarlijks naar een goed doel. Sinds 1988 heeft Willem Dijk AGF van de 21 keren 17 maal de primeur gehad. Afgelopen jaar ging de primeur dus aan zijn neus voorbij.
Alleen aardappels die binnen een straal van 1 km om de kerk van het Westfriese plaatsje Opperdoes (gemeente Medemblik) worden geteeld op zavelgronden mogen Opperdoezer Ronde heten. Overlijdt een aardappelteler en draagt hij zijn rechten niet over aan een ander dan vervalt het recht en kan een ander niet op een ander stuk grond Opperdoezers plaatsvervangend gaan telen. Zo overleed in februari 2009 een der laatste vergunninghouders, die zijn vergunning aan niemand had overgedragen, en wiens grond niemand gekocht had, zodat er nu nog minder Opperdoezers geteeld kunnen worden. Vergelijk dit eens met Champagne, waar aardappel- en maïsvelden worden omgezet tot wijnbouwterreinen om maar meer en meer winst te behalen.
Diny Schouten pleitte echter aan het begin van deze eeuw toen er nog zo’n 70 telers waren juist voor strengere regels: “Wat mij betreft had er meer in het protocol van de beschermde oorsprongbenaming afgesproken kunnen worden: de grootte, de handmatige oogst (wegens de tere schil) en een beperkte oogstperiode, zodat juni en juli de feestmaanden der Opperdoezers zouden zijn.” Nu worden ze van april tot en met september geoogst en verkocht. Echter, zavelgronden zijn per definitie een mengsel van zand en zeeklei, wie bepaalt er dan de exacte verhouding zand/klei?
Tevens stelt ze: “Er zit een foutje in de appellation contrôleé van de kleine, vroege Opperdoezer ronde aardappel. Bij de aanvraag voor officiële bescherming als Europees ras wordt de fluweelzachte substantie (was ‘vruchtvlees maar een smakelijker woord) van de Opperdoezer ronde toegeschreven aan de zavelgronden rond Medemblik. Maar in de telerscoöperatie zaten ook telers uit de Wieringermeer, die – uit de aard van hun grond – op zeeklei zitten. Aan ruzie heeft niemand iets; daarom is er geen consequentie uit getrokken en mochten de Wieringermeer Opperdoezers mee blijven doen.”
Oorzaak verdwijnen: Ondanks BOB-bescherming bestaat de kans dat er binnen een tiental jaren een groot bedrijfsprobleem ontstaat, doordat vele kinderen reeds hebben aangeven dat zij in West-Friesland niet genegen zijn voor het tuindersvak te kiezen en dus het familiebedrijf over te nemen; arbeidsintensief, bij de oogst worden de Opperdoezer Rondes namelijk met de handen gerooid.
Leverancier:
Power to the Pieper/Hero Stam
Julianastraat 22
Opperdoes
Tel. 0227-543833
Gsm. 06-54921827
Verkooppunten Opperdoezer Ronde
De Opperdoezerronde wordt verkocht tussen de maand mei en september via de grotere supermarkten en de betere groenten - en speciaalzaken door geheel Nederland. De Opperdoezer Ronde wordt ook bij tuinders verkocht in Opperdoes. Wanneer u door het dorp Opperdoes heen rijdt ziet u overal de bordjes met "Opperdoezer Ronde" staan. Let op het hiernaast afgebeelde etiket.

De Sint-Jansui is bijna helemaal uit Nederland verdwenen. Oorspronkelijk werd deze ui met adembenemende geur door tuinders in het zogenaamde Koningsdal rondom Utrecht veel geteeld. Dit gebied nabij Amelisweerd heeft tot tweemaal toe uitbreiding van snelwegen overleefd, anders was dit uitje misschien al definitief verdwenen, omdat dan ook de tuinders hadden moeten verkassen. Het is een kwaliteitsuitje met twee bijzondere eigenschappen: het heeft de kracht om over een afstand van een halve meter de tranen uit je ogen te laten spatten en het blijft na inmaken in tegenstelling tot het sjalotje wit. De Sint-Jansui is (na koken) iets zoeter dan de bosui. Meegebakken in een omelet ontstaat een weeïge smaak, in de sla komt deze ui dan ook veel beter tot zijn recht. Prins Bernhard kwam soms speciaal van Soestdijk naar Utrecht om deze ui te kopen, maar zo had hij wel meer bijzondere adresjes; bekend is dat hij ook donzige, grote perziken uit Bodegraven haalde.
De Sint-Jansui ontleent zijn naam aan het feit dat dit ras vóór Sint-Jansdag op 24 juni geoogst diende te zijn, een overeenkomst die dit gewas met de asperge en Sint-Jansrogge heeft. De teelt rondom Utrecht suggereert een raakvlak met het kapittel van Sint Jan dat naast de Dom een kruidenhof had, waar deze ui ongetwijfeld ook gekweekt moet zijn. Ook kan het zijn dat vanwege de overeenkomst van de kledij van deze kanunniken of domheren van het kapittel (over elkaar aangetrokken habijt) en de bolrokken of rokkebollen (schillen over elkaar) van de ui men op de benaming Sint-Jansui is gekomen.
De Sint-Jansui (Allium x cornutum Clementi ex Visiani) is een plant uit de lookfamilie (Alliaceae) waartoe ook de welbekende prei, knoflook en bieslook behoren. Het zijn bolgewassen die met uitzondering van prei voedsel opslaan in een bol die de winter overleeft en daardoor kunnen ze als eerste planten in de lente boven de grond komen en bloemen vormen en zich voortplanten. Friesen & Klaas (1998) hebben aangetoond dat deze ui triploïd is, en mogelijk is ontstaan uit een kruising tussen ui (Allium cepa) met A. farctum of A. rhabotum. Deze laatste twee soorten vinden hun oorsprongsgebied in Afghanistan, Pakistan en Buthan. Interessant is verder dat de Sint-Jansui genetisch gezien identiek is aan andere triploïde uien zoals Johannislauch (Duitsland), Pran en Srinagar (Kashmir, India), Ljutika (Kroatië), Ciboule vivace (Frankrijk) en Cive rouge (Antillen). Mogelijk duidt de wijde verspreiding van deze kloon op een bijzondere interesse van de mens in dit materiaal.
De Sint-Jansui vormt ondanks dat hij bloeit geen zaad en wordt evenals knoflook vegetatief vermeerderd. Het is de vroegste ui die er was en werd in het voorjaar samen met een krop sla verkocht. Tegenwoordig worden hiervoor zogenaamde sla-uitjes gebruikt. Voor de teelt van sla-uitjes worden ‘normale’ zaaiuien gebruikt, die het jaar ervoor in een grote dichtheid gezaaid worden. De kleine uitjes worden vervolgens in het voorjaar geplant en als het loof voldoende ontwikkeld is worden ze geoogst.
Sint-Jansuien worden half augustus gepoot. De plantafstand in de rij is 12 tot 15 cm en tussen de rijen 20 cm. De plant maakt veel zijscheuten, die aan de voet later gaan verdikken, waardoor er zogenaamde tenen ontstaan. De oogsttijd is van april tot eind mei. Er zijn dan nog bijna geen verdikkingen aan de voet van de plant. Voor de vermeerdering blijven de planten staan tot 1 juli. Een week voor het oprooien worden de planten losgestoken om het afsterven te bevorderen. Na het rooien worden de planten opgehangen om te drogen. De tenen worden voor het planten losgescheurd.
De Sint-Jansui vertoont viviparie. In de bloeiwijze ontstaan namelijk kleine broedbolletjes, die ook geplant kunnen worden. Het duurt dan echter een jaar extra voordat ze voldoende groot zijn. Vanaf 2008 is de Sint-Jansui in de zogenaamde Oranjelijst van oude in Nederland geteelde groenterassen opgenomen (zie www.deoerakker.nl). De Sint-Jansui heeft nauwelijks last van ziekten en plagen, met uitzondering van het latente sint jansuienvirus.
Oorzaak verdwijnen: Onbekendheid buiten provincie Utrecht, relatief arbeidsintensief, concurrentie bosuitjes en sjalotjes, verbouwen uien in kassen waardoor voordeel vroege oogst Sint-Jansui vervalt.
Info: N. Friesen & M. Klaas. Origin of some minor vegetatively propagated Allium crops studied with RAPD and GISH. Gen. Res. and Crop Evol 1998;45:511-523.
Leveranciers:
Biologisch-dynamische tuinderij De Aardvlo.jpg)
Michel Smits & Mariëlle Dings
Koningslaan 5A
3981 HD Bunnik
Tel. 030-2517707
aardvlo@uwnet.nl
www.aardvlo.nl
BijenAkker
Henk van Berkel & Maaike Röder
Rijnseweg 5A
Odijk
Postadres: Schelfcamp 3, 3992 BX Houten
Tel. 030-6373657
hej.van.berkel@hccnet.nl
Moestuin van Maarschalkerweerd
Laan van Maarschalkerweerd 2
Pieter Jagtman
3585 LJ Utrecht
Tel. 030-2144 869
info@moestuinutrecht.nl
Landgoed Eyckenstein
Luuk Schouten
Dorpsweg 193
3738 CD Maartensdijk (Gemeente De Bilt)
info@eyckenstein.nl
www.eyckenstein.nl
M.C.M. Agterberg (ex-tuinder)
Koningsweg 135
3585 LA Utrecht
Tel. 030-2144543
De Wieringer boon is een unicum. Alleen in de Wieringermeer en voorheen op het Waddeneiland Wieringen is deze stokslaboon eeuwenlang geteeld, geleidelijk aan vervangen door de bruine boon. Omdat Wieringen een overslaghaven voor de grote vaart was, werd deze boon vaak meegenomen als proviand. Langzaam in de vergetelheid geraakt, maar gelukkig waren er nog enige slimmeriken die hem stiekem bewaard hadden, en wel in de VS (door Nederlandse emigranten meegenomen en toen omgedoopt tot Wirringer) en door Ruurd Walrecht van de Oerakker teruggehaald naar Nederland en toen via hem of door het De Volkskrant Bonenplan in 2002 vermoedelijk bij onderstaande twee kwekers terechtgekomen. Bij dit experiment verdeelde De Volkskrant 200 Wieringer bonen; ze behielden er zelf vijf en stopten ze in de grond. De andere 195 stuurden ze door naar wie ze maar hebben wilde. Er werden 39 keer vijf bonen aan de eerste 39 lezers verstuurd die beloofden dat ze er meer bonen van zouden maken, door de geoogste bonen op hun beurt weer door te sturen naar nieuwe geïnteresseerden.
Het is een droogboon, dus kun je hem na de pluk lang bewaren en wanneer je hem/haar wilt eten, laat je hem/haar gewoon even wellen in kokend water en daarna ongeveer een uur tot anderhalf uur laten koken kun je hem in allerlei gerechten kwijt zelfs tot aan chili con carne aan toe. Het is een niet melig smakende witte boon met een geelbruin tot oranje oog en een witte navel. Tevens is de boon - gepokt en gemazeld in het Wieringer landschap - zeer resistent voor allerlei ziekten. In 2007 bracht De Vries 10 kilo bonen bij het Wieringer Eilandmuseum Jan Lont om te verkopen aan Wieringers. Vanaf 2008 is de Wieringer boon opgenomen in de Oranje Lijst van De Oerakker . Bijzonderheid: in tegenstelling tot de kievitsboon blijft deze boon na koken zijn (oranje) kleur behouden. Op Wieringen kent men overigens naast deze boon ook nog een Wieringer witte langstro erwt met een rozige glans die niet een groene maar een gele erwtensoep levert.
Oorzaak verdwijnen: Arbeidsintensief (bewerkelijk oogsten, drogen en bewaren); komst bonen in conservenblikken
Leveranciers:
Wieringer Akker
Elzo Stubbe en Sascha de Bode
Hoge Gest 16
1779 EJ Den Oever
Tel. 0227-512569
Ep de Vries
Swarte Liester 22
1777 DT Hippolytushoef
Tel. 0227-591746
Naast deze Wieringer boon kent de provincie Noord-Holland slechts enkele kilometers verderop nog diverse andere
bonen, zoals de citroenboon, de Blokkerder boon en de krombek. De krombek en de citroenboon zijn nog verkrijgbaar bij de familie Smak in Lutjewinkel (Mientweg 82, tel.: 0224-541419).
Ook in Friesland teelt men weer het woudboontje, de reade krobbe, de leverkleurige boon en de Kollumer pronkboon. Zie www.dewouden.com (streekmerk Wâldpyk) onder Telers en hun geheimen.