Chaamse Pel

De gastro-nomische reputatie van het Chaams hoen blijkt uit vele historische bronnen. “Men roemt Chaam, Zundert en Rysbergen omde alomberuchte Kapoenen. Zoo, dat Maurits, Heer van Breda [1567-1625] dit landt, niet ten onrechte, zyne Brabantsche Tempe pleegde te noemen”, schrijft Tomas Ernst van Goor in zijn “Beschrijving der Stadt en Lande” uit 1743. En in zijn ”Etat présent de la Republique des Provinces-Unies” uit 1730 vermeldt M. Janicon de uitzonderlijke gastronomische kwaliteit van de Chaamse Pel. “Deze Kapoenen (“Chapons”) zijn er overheerlijk en in heel Holland beroemd.”
Naar verluidt zijn er nog recepten van Chaamse kipgerechten die eertijds bij galadiners op ’t Loo werden geserveerd. De Bredase poelier Bertram leverde meerdere malen Chaamse Pellen aan het hof van Koning Willem III: “In 1881 bestelde wijlen Z.M. Koning Willem III bij onze firma twaalf hennen Chaamsche Pellen met een haan die bestemd waren voor Paleis ’t Loo en die z??zeer naar genoegen waren, dat wij nadien tijd nog meer orders mochten ontvangen.”.
De Pellen werden ook wel “Bredasche Kapoenen” genoemd, getuige de beschrijving van een feestmaal dat omstreeks 1808 door een Kasteelbezitter cadeau werd gegeven bij een huwelijk.

Scharrelkip uit Breda
Van oorsprong was het Chaams Hoen de scharrelkip die op de boerenerven ten zuiden van Breda werd gehouden. Hoenderkenner R. Houwink schrijft hierover in 1916; “[…ik] besprak met de boeren hun verdwijnen. "Ze zeiden dat de pluimveeadviseurs die van de eierveilingen naar hun toekwamen hun aanraadden de landhoenders zo spoedig mogelijk op te ruimen en daarvoor Italiaanse hoenders in de plaats te nemen. Wie dit niet deed, kon niet meer aan de Veilingen der Coöperatieve vereniging broeden..! Zo waren ze dus allemaal in een paar jaren opgeruimd. Er liepen alleen nog Leghorns in de patrijskleur en witte kleur. […ik] zag in 5 dorpen nog mooie Chaamse hoenders (goud-en zilverpel). De boeren konden er niet van scheiden en leverden hun eieren dan maar aan particulieren en niet aan de Coöperaties.” Dus in de loop van de negentiende eeuw ontstonden er ook in de Baronie van Breda, door de import van andere rassen, hoenderbedrijven met kippen die meer aanleg hadden voor vleesaanzet.
De eerste officiële rasbeschrijving van het Chaams hoen werd vastgelegd in 1911. Sindsdien is het ras steeds schaarser geworden, als gevolg van de opkomst van de vleesindustrie, en naar men dacht zelfs uitgestorven. De afgelopen jaren is een groep gedreven hobbyhouders in Chaam en omstreken er in echter geslaagd om het originele hoenderras weer terug te kruisen uit de laatste exemplaren in Nederland; een formidabele prestatie!
Sinds 2005 presidium In oktober 2005 is samen met Slow Food het Presidium voor de “Chaamse Pel” opgericht. Met de producenten van het presidium en vrijwilligers zijn een aantal kwaliteitseisen opgesteld. Zo mag een houder niet meer dan 150 slachtdieren per jaar leveren, om de kwaliteit te waarborgen. De (rasechte) hoenders en hanen moeten voornamelijk streekeigen voedergranen krijgen, en minimaal 8 m2 buitenruimte per dier hebben. Ze krijgen ten minste 17 weken (kippen) tot 26 weken (hanen) de tijd om te groeien. Ter vergelijking: een industriekip is na 6 weken al klaar. De Chaamse Pel mag alleen in het historische productiegebied worden gehouden. De geslachte dieren zijn te herkennen aan de kop- en stuitveren (volgens traditie), het naamlabel van de houder en de genummerde Chaamse Pel pootring. Vanwege het natuurlijke groeiseizoen is de Chaamse Pel alleen verkrijgbaar van eind juni tot en met december. De Stichting “Vrienden van de Chaamse Pel” houdt toezicht op de naleving van de eisen.
Stichting Pelicaen Chaam heeft in 2005 samen met het Sociaal Economisch Platform “De Baronie” aan de Kerkdreef te Chaam een authentiek Brabants hoenderhok laten bouwen, waar bezoekers een toom Chaamse hoenders kunnen bewonderen.
Met landgoedeigenaren in de streek wordt gekeken of zij in de toekomst ouderwetse rassen als Zwarte Haver, Sint-Jansrogge en Vierrijige Gerst kunnen gaan telen voor het voer.

De Chaamse Hoenderclub heeft in een paar jaar tijd 350 enthousiaste leden weten te krijgen, waarvan 25 fokkers (www.chaamshoen.nl).

Statig ras
Het Chaams hoen is een statig ras, met een brede diepe borst en een enkelvoudige rode kam, die bij de hen naar één kant mag omvallen. De ogen zijn oranje en de poten leiblauw. De eieren zijn behoorlijk groot en wit van kleur. Het Chaams hoen komt voor in de kleurslagen zilvergeband en goudgeband. De kop en hals vertonen deze tekening niet. De banden worden ook wel pellen genoemd. Gepelde hoenders komen van oudsher voor in de regio Noord-Frankrijk tot Noord-Duitsland. Op 11 januari 2006 heeft de sectie hoenders en dwerghoenders van de Nederlandse standaardcommissie het Chaams Hoen officieel erkend en opnieuw opgenomen in de standaard van de Nederlandse Hoender en Dwerghoender, sier- en watervogel Bond (www.nhdb.nl).

Leveranciers:

WINKEL

Geert van der Kaa
V.O.F. De Walnoothoeve(n)
Oude Bredasepostbaan 17
4741 SM HOEVEN
Tel. 0165-384419
M. 06-51329235

RESTAURANTS

De Chaamse Pel is een seizoensproduct. Daarom kan het alleen in de periode van september tot en met december op de menukaart staan, bij de volgende restaurants:

Restaurant Mastbosch
Burgemeester Kerstenslaan 20
4837 BM Breda
Tel. 076-5650050
info@mastbosch.nl
www.mastbosch.nl 

Klooster Van Alphen
Heuvelstraat 3
5131 AP Alphen (N-Brabant)
Tel. 013-5083888
 info@kloostervanalphen.nl
www.kloostervanalphen.nl 

Landgoed Wolfslaar
Wolfslaardreef 100-102
4834 SP Breda
Tel.: 076-5608008
restaurant@wolfslaar.com
www.wolfslaar.com

Contact:

Ad Taks
Tel. 076-5971787
ad.taks@home.nl
www.chaamshoen.nl

 

Drents Heideschaap

Het Drents Heideschaap is per januari 2009 door Slow Food International erkend als een Presidium. Het Drentse Heideschaap is het oudste zeldzame huisdierras in Drenthe. De kudde graast op het Balloërveld, een heidegebied met een lange geschiedenis. Over het veld liep de oude handelsweg van Coevorden naar Groningen, terwijl in de IJzertijd in dit gebied oude volken hun nederzettingen gronden, waarvan nu nog de celtic fields (raatakkers) en grafheuvels getuigen. Op dit 360 ha. grote heideveld lopen de herders vrijwel dagelijks vele uren met de kudde, geholpen door Tom, de bordercollie.
Door die dagelijkse intensieve inspanning en de specifieke vegetatie van het Balloërveld, kent het vlees van het Drents heideschaap/lam een fluweelzachte smaak. Restaurateurs in de omgeving roemen de hoge kwaliteit en smaak (je verwacht ‘schaap’ maar proeft ‘wild’). Een natuurslager verkoopt het vlees en de worsten op diverse biologische markten. De herders van Balloo (www.herdersvanballoo.nl) hebben het SKAL keurmerk verkregen op dit zeldzame ras.
De herders willen met behulp van het Presidium het ras in standhouden en samenwerking met andere Drentse Heideschaapkuddes intensiveren. De opzet van een educatief centrum is een verdere ontwikkeling in dit voortgaande proces. Het Slow Food Convivium Zwolle wilde destijds graag de verdere ontwikkeling van het Presidium ondersteunen.

Fluweel van de arme grond
U komt van vakantie terug uit Spanje en het valt u meteen op dat in Nederland de zon minder straalt en ook dat die bijzondere, lekkere voedselproducten die men in elke Spaanse regio aantreft in ons land ver te zoeken zijn. Maar heeft u wel gezocht? Graag help ik de mythe de wereld uit dat we in Nederland nauwelijks ambachtelijke, traditionele en streekgebonden voedselproducten van hoog niveau hebben. Ze bestaan wel degelijk: de rauwmelkse Boeren-Leidse kaas, de turfgerookte Friese droge worst, de Utrechtse Sint-Jansui, de huisgestookte Limburgse stroop, het Brandrode rund en tientallen andere.
Een aantal van deze producten is echter op sterven na dood. Dit komt door onbekendheid bij de consumenten, maar ook door overdreven hygiëne-eisen vanuit de overheid, door oppervlakkige winkeliers en doordat de makers zich soms schamen om hun mooie product aan te prijzen. Of omdat ze denken dat er geen vraag meer naar is. Dat laatste nu geloof ik niet. Het probleem is vooral dat de liefhebbers en makers elkaar niet meer weten te vinden in het grootschalige gewoel van de supermarkt en de voedselindustrie. Soms is de kloof tussen de makers van een prachtig streekproduct en consumenten die zoeken naar kwaliteit schrijnend. Enkele jaren terug maakte ik kennis met enkele herders en bestuursleden van de fokkersvereniging van het Drentse Heideschaap en werd geraakt door hun verhaal.
In Drenthe zijn nog 7 schaapskuddes. Ze begrazen de heidevelden en enkele grassige natuurterreinen. Van de ruim 3000 schapen dragen ongeveer 2000 nog volop bloed van het zogeheten “oude Drentse type”. Dit schaap behoort tot de oerrassen van Europa en kwam waarschijnlijk 4000 jaar geleden vanuit het zuiden naar onze streken. Dat het een rustiek ras is zie je aan de ranke bouw, de hoorns, de ruige vacht en het feit dat ze goed gedijen op schrale terreinen.
De meeste lammeren worden in de lente geboren. De sterkste en raszuiverste exemplaren worden aangehouden om de kuddes in stand te houden. De rest wordt verkocht rond het najaar, voornamelijk aan veehandelaren. De herders ontvangen bodemprijzen voor lammeren die uitsluitend heide, kruiden en gras hebben gegeten en die ook, door de vele beweging, uitzonderlijk lekker vlees geven. De handelaren verkopen het als “geitenvlees” door aan slachterijen. Soms worden de lammeren eerst nog een paar maanden afgemest in een boerenwei. Daar komen ze een paar kilo aan, maar in feite worden ze half ziek van die rijke vegetatie.
Een enkele handelaar heeft nu ontdekt dat het Drentse heidelamsvlees zich wat smaak, structuur en kleur betreft met wild kan meten. Door het in Duitsland tegen Kerst te verkopen als ree verdient hij een goede boterham. Ik ben er van overtuigd dat het mogelijk is om het heidelamsvlees af te zetten aan liefhebbers in de regio. Deels gebeurt dit gelukkig al. Stichting Het Drentse Landschap weet bijna alle 500 lammeren van de twee kuddes die op haar terreinen grazen te verkopen onder de vele donateurs. Voor de overige kuddes is deze vorm van afzet nog toekomstmuziek. Een paar lammeren per jaar kan men kwijt aan een slager of kok die wat over heeft voor bijzondere kwaliteit. De meesten bestellen hun vlees echter liever met één telefoontje bij de groothandel. Een ander probleem vormt het verdwijnen van kleine slachterijen waar veehouders hun dieren nog op een rustige manier kunnen laten slachten en vleespakketten kunnen laten klaarmaken, die de klant vervolgens kan ophalen en thuis in de vrieskist doen (Bron: Hielke van der Meulen / Lekker Thuis 2006).

Een echt streekproduct levert vaak meer op dan alleen een lekker bord eten. Zo houdt het Drentse Heideschaap een oud cultuurlandschap in stand. Of omgekeerd: onze drang tot behoud van een oude cultuurlandschap heeft een oud veeras voor uitsterven behoed, en daar mag u als gastronoom gerust blij om wezen. Volgens Theo Spek moeten we er voor waken om de Drentse heide en haar schapen te romantiseren als een soort eeuwigdurend erfgoed. Zijn vuistdikke proefschrift over “Het Drentse Esdorpenlandschap” (Wageningen Universiteit, 2004) toont aan dat de uitgestrekte heidevelden, die we ook kennen van schilderijen, lange tijd niet hebben bestaan. Grote schaapskudden komen ‘pas’ vanaf 1450 in Drenthe voor, net als de gewoonte om de esgronden rond de dorpen te bemesten met heideplaggen. Tot ver in de Middeleeuwen waren vergraste heidevelden heel normaal. De pure heide is een gevolg van de commerciële schapenhouderij, die de grond verschraalde.
Maar moet een traditie eeuwig zijn om er van te mogen houden, vraag ik me af? En als we vandaag willen beginnen met het schrijven van geschiedenis voor het Drentse heidelamsvlees, is dat dan onecht? Ik denk het niet. De Drentse hei blijft prachtig om te zien en het lamsvlees van deze arme grond is een smaakvol fluweel. Omdat de grond zo arm is.

Leveranciers:

SCHAAPSKUDDE

Marianne Duinkerken en Albert Koopman (herders) 
Schaapskooi Crabbeweg
9458 TE Balloo (bij Rolde)
www.herdersvanballoo.nl

RESTAURANT

Restaurant Van Tarel
Dorpsweg 3
9485 TB Taarlo
Tel.: 0592-231994
vantarel@planet.nl
www.vantarel.nl

MARKTEN
Natuurslager Rob Rijks uit Twello staat iedere woensdag in Den Haag op de biologische markt op de Hofplaats bij het Spui en iedere zaterdag op de biologische markt van Amsterdam bij de Noorderkerk. Hij heeft een speciaal schap ingeruimd voor het Drents Heidelam. 

Contact:

Ton Jansen   E-mail: extern@slowfood.nl
  

Kempisch Heideschaap

Schapen zijn er in ons land al zo’n 5.000 jaar. Naarmate er meer schapen gehouden werden en de graasdruk groter werd veranderde het landschap. Bos werd heide, rijk geschakeerd met vennen, schrale graslanden, bosjes en zandverstuivingen. Het schaap veranderde mee: het evolueerde tot het best aangepaste graasdier in dit milieu.
Botvondsten uit de vroege Middeleeuwen tonen aan dat het Kempische Heideschaap al eeuwenlang is geworteld in de Nederlandse en de Belgische Kempen. Schapenmest was een belangrijke bouwsteen voor de vruchtbaarheid van de bolle akkers. Wol van Kempische Heideschapen legde de basis voor de wolindustrie in onder andere Tilburg en Herentals. De uitvinding van kunstmest en prikkeldraad maakte een einde aan de “heidelandbouw”. Herders en Kempische Heideschapen werden overbodig.
Rond 1960 was het ras zo goed als uitgestorven. De Stichting Het Kempische Heideschaap kocht vanaf 1967 de laatste exemplaren aan. Hiermee werd de kudde van de Strabrechtse Heide bij Heeze gevormd, waaruit later nieuwe kuddes ontstonden. Op vele plaatsen worden die nu ingezet in het beheer van heidereservaten en natuurrijke graslanden in de Kempen. Ze leveren zodoende een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit. Daarnaast hebben de lammeren volop de ruimte en de tijd om te spelen, te eten en te groeien. Dat proef je in het vlees: mals zoals lamsvlees behoort te zijn! Én zacht kruidig van de heide.

Lamsvlees
Natuurlijk was er een lange culinaire traditie op basis van schaaps- en lamsvlees. Daarvan getuigen met name enkele oudere bronnen. Zo wordt vermeld dat Prins Maurits bij zijn bezoeken aan Breda er op stond lamsvlees, en dan met name hamelvlees geserveerd te krijgen uit Alphen, Noord Brabant.
Ook het volgende citaat uit de Landbouwenquête van 1800 geeft iets weer van deze culinaire waardering: “Op stal en mate in de winter moeten de schapen gevoederd worden met stroo, met hooi – als dat beschikbaar is – en ook met halfuitgedorste rogge. Maar al deze voeders zijn schaars. Daarom worden heel wat magere schapen verkocht en naar noordwestelijke kleigronden verzonden, waar ze vetgemest worden. Maar “hier en daar in de Baronie zijn er boeren die het geheel jaar door schapen mesten, meest met gemale boonen en erwten en het vlees is, zoo die van de heijkanten komen, daar veel wilde thijm is, uitneemend en in ons vaderland nergens zoo lekker”.

Enkele schapenhouders uit de Kempen, verenigd in het Stamboek en ondersteund door leden van de Stichting Kempengoed, hebben de uitdaging opgenomen om de Nederlandse consument opnieuw kennis te laten maken met het Kempenlam. Naast de opname in de Ark van de Smaak (februari 2007) richt deze initiatiefgroep zich op de lancering van Kempenlam als gecertificeerd streekproduct. Vanaf begin 2009 is ook Presidium van het Kempisch Heideschaap internationaal erkend.

Leveranciers:

SCHAAPSKUDDE

Schapenheld
Stijn Hilgers (herder)
M. 06-24626788
schapenheld@hotmail.com
www.schapenheld.nl

RESTAURANTS

Restaurant Le Défi
Kerkstraat 63
5161 EB Sprang-Capelle
Tel. 0416-530899
www.loosenco.nl

Restaurant de Treeswijkhoeve
Valkenswaardseweg 14
5582 VB Waalre
Tel. 040-2215593
www.treeswijkhoeve.nl

Grand Café Berlage
Kleine Berg 16
5611 JV Eindhoven
Tel.: 040-2457481
www.berlage.nl

d'Ouwe Brouwerij
Baarschotseweg 48
5087 KW Baarschot (gem. Hilvarenbeek)
Tel.: 013-5042079
www.ouwebrouwerij.nl

Kasteel Maurick (vanaf februari 2009)
Maurick 3
5261 NA Vught
Tel.: 073-6579108
www.maurick.nl

Restaurant De Negenmannen
Fellenoord 8
5281 CB Boxtel
Tel.: 0411-678564
info@negenmannen.nl
www.negenmannen.nl

Restaurant Bukowski
Halstraat 21a
4811 HV Breda
Tel. 076-5297555
www.restaurantbukowski.nl
 

Landgoed Wolfslaar
Wolfslaardreef 100
4834 SP Breda
Tel. 076-5608000
www.wolfslaar.com

Restaurant de Zwaan
Markt 7
4875 CB Etten-Leur
Tel. 076-5012696
www.restaurant-dezwaan.nl

De Watermolen (verwacht feb. 09)
Houtum 61
B-2460 Kasterlee (België)
Tel. 0032-14852374
 

SLAGERIJEN:

Eko-boerderij 't Schop
Esbeekseweg 2
5081 ED Hilvarenbeek
Tel. 013-5056156
info@kempenlam.com
www.kempenlam.com
Open: do, vr, za. (Kempenlam alleen op bestelling)
 

Slagerij Fons Paijmans
Kerkstraat 57
5076 AT Haaren
Tel. 0411-621274

Contact:

Loek Hilgers

E-mail: crdnaat@tiscali.nl
www.kempischheideschaap.nl
www.kempenlam.com

Lakenvelder rund

De Lakenvelder is naast de bonte koe de meest opvallende verschijning in de wei (en in het natuurgebied, maar daarover lhierna meer). Maar de Lakenvelder staat ook bekend om haar unieke vleeskwaliteit. De eerst bekende vleestest dateert uit 1996. Toen is in Waterland getest welke dieren het beste vlees hadden. De Lakenvelder kwam hierin als beste uit de bus en de conclusie was onder andere dat er een negatieve correlatie is tussen groeisnelheid en vleeshoeveelheid enerzijds en vleeskwaliteit anderzijds. Deze test won de Lakenvelder op basis van smaak, structuur, textuur en geur van het vlees. Deze werden getest door twee groepen; topkoks en boeren. Beide groepen vonden de Lakenvelder er op alle vier de onderdelen uitspringen. Door de laatrijpheid van het ras en de kruidige Hollandse graslanden waarop de Lakenvelder zich thuisvoelt, kan de Lakenvelder een stuk vlees leveren zonder dat daar krachtvoer of andere ingrepen aan te pas zijn gekomen. Gesteld kan worden dat de Lakenvelder als producent van een streekproduct, zelf ook streekproducten consumeert, wat de gebiedsgebondenheid van het eindproduct nog sterker maakt. Het aantal huisverkopende Lakenvelderhouders is de laatste jaren zeer sterk gestegen. Hier valt steevast te horen dat de afnemers van het vlees, vlees krijgen, dat ‘ze niet meer kenden’. Dit geeft de uniciteit van de smaak aan en de waardering van de echte liefhebbers stimuleert de huisverkopers om op kwaliteit en dierenwelzijn te blijven focussen en niet op harde groei in kwantitatieve zin. Na de test in 1996 is er in 2007 nog een informele vleestest gedaan met biefstuk en sukadelapjes. In deze liet de Lakenvelder het biologisch vlees van de Groene weg en het Limousin vlees uit de Peizermaden op beide onderdelen achter zich. Het vlees werd bewust niet gekruid en per vleesgroep exact hetzelfde bereid.
Vanaf de middeleeuwen tot begin vorige eeuw, werd de Lakenvelder opvallend veel gehouden als zoogkoe (in aristocratische kringen). De laatste 25 jaar heeft de Lakenvelder de rol als probleemloze zoogkoe weer op zich gekregen. Het eindproduct bestaat dus vrijwel volledig uit vlees. Dit betreft voornamelijk kalfsvlees met een hoog dierenwelzijn (kalveren die wel gras kunnen eten en melk bij de moeder krijgen) en een hoge kwaliteit. Daarnaast is er vlees van dieren die niet (meer) voor de fokkerij worden aangehouden.
De Nederlandse veehouderij heeft minimaal 800 jaar ervaring met de Lakenvelder als zoogkoe (zelfredzame, gemakkelijk kalvende, probleemloze koeien met een vriendelijk karakter) en met het excellente vlees. Met de melkveehouderij (en kaasmakerij) met Lakenvelders is minder ervaring.

Gelakende runderen
Al in de 17de eeuw wordt er melding gemaakt van gelakende runderen in Nederland. De Lakenvelder werd in 1772 al benoemd in de Oxford English Dictionary. Hierin stond: “Belted cow: Black cattle of Dutch origin with a broad band of white around the middle”. Dit kan vrij vertaald worden als: “Gelakend vee: zwart vee van Nederlandse oorsprong met een brede witte band rond de middenhand. Bijna 250 jaar na dato heeft de Vereniging Lakenvelder Runderen nog exact hetzelfde basisfokdoel als deze beschrijving uit Engeland. Rond die tijd spraken ook de Fransen van ‘le race Hollandaise’ als ze het over de Lakenvelder hadden.
De naamstelling ‘Lakenvelder’ komt overigens hoogstwaarschijnlijk van het gehucht Lakerveld, nabij Lexmond in Zuid-Holland. Vanaf Lakerveld tot Wassenaar was het Groene Hart in Noord- en Zuid-Holland (tot Bunnik in Utrecht) altijd de regio waar veel Lakenvelders voorkwamen. Vanaf 1800 komen meer en meer beschrijvingen binnen van Lakenvelders en in de 19de eeuw worden Lakenvelders populair bij aristocratische kringen in Nederland. In 1918 richt schoolmeester en publicist Engelbert van Muilwijk het eerste Lakenvelder stamboek op. Deze gaat helaas in 1931 weer ter ziele, omdat de Lakenvelderfokkers niet echt goed blijken in samenwerken. Tijdens en na het verbod op het werken met een Lakenvelderstier(er mocht alleen gewerkt worden met stamboek erkende stieren, gelukkig hielden enkele veehouders heel ongehoorzaam een ‘stille bolle’ aan) van 1950 tot 1959 ging het tijdelijk erg slecht met het ras. De adel was verdwenen en had dan ook geen vee meer. Slechts een handjevol commerciële veehouders had nog enkele dieren. Met de oprichting van de Stichting Zeldzame Huisdierrassen (1976) en de Fokkersclub voor Lakenvelders (1979, in 1997 omgezet in de Vereniging Lakenvelder Runderen) lijkt de positieve trend te zijn ingezet.
Lakenvelders worden voor het overgrote deel kleinschalig gehouden. De ongeveer 3000 stamboekdieren zijn verdeeld over zo’n 350 leden van de Vereniging Lakenvelder Runderen. Dit betekent dat er gemiddeld nog geen tien koeien per bedrijf aanwezig zijn. De veehouders met Lakenvelders zijn over het algemeen mensen met liefde voor kleinschalige landbouw en originele productiemethoden. Hoogstzelden treffen we bijvoorbeeld een Lakenvelder in een ligboxenstal. De grupstal en de nog veel oudere potstal, zijn stallen die de Lakenvelderboer nog op waarde weet te schatten.
Daarbij heeft de Lakenvelder zich door de eeuwen heen bewezen op schrale weidegronden. De voederconversie en de zelfredzaamheid van Lakenvelders zijn ongekend en onderschat. Lakenvelders moeten in de pens in staat zijn om kruidige, arme grasrantsoenen om te zetten in onderhoud, vruchtbaarheid, melk voor het kalf en vleesontwikkeling. Menig veehouder verbaast zich met welke rantsoenen de Lakenvelder zich redt en ook nog eens probleemloos weer drachtig wordt. Dit maakt de Lakenvelder redelijk uniek. Dit alles maakt de kwaliteit van Lakenveldervlees bovendien helemaal uniek, omdat vrijwel geen enkel ander ras een dergelijke voederconversie kan overleggen.
Op dit moment zijn zo’n 3.000 vrouwelijke dieren ingeschreven in het Lakenvelder stamboek en worden er jaarlijks tussen de 30 en de 35 stieren goedgekeurd.

Contact:

info@lakenveldervlees.nl of Ad van de Salm 06-53378470  Lakenvelder Vlees Commissie

LEVERANCIERS PRESIDIUM

Hesseling Vlees

Fons Hesseling of Frans Kanters

Tel. 0299-621421 of 06-53683333

www.hesseling.nl/images/Lakenvelder%20Folder%20A5_B.pdf

 

Lebouille


Heirweg 7

6121 JP  Born
Tel.  046 485 8612
www.lebouille.eu

 

LEVERANCIERS ARK VAN DE SMAAK (Kleinschalig):

Biologische Tuinderij De Goudsbloem
Erichemsekade 7c
4116 GD BUREN
Tel.: 0344-681972
www.goudsbloem-betuwe.nl

H. Steenbergen
De Stuw 14
7921 VJ ZUIDWOLDE
Tel.: 0528-372276
E-mail: info@stienbarch.nl

R.J. de Vries
Bouwhuisweg 5 7245 VK LAREN
Tel.: 0573-255122 E-mail: romke.vries@planet.nl

W.M. Vercraeye

Karel Doormanweg 32
8309 PB TOLLEBEEK
Tel.: 0527-651121 / 06-22993124

E-mail: william@natuurlijk-schokland.nl
www.natuurlijk-schokland.nl

St. Zorgboerderij De Mare
A. Houwing
Westeind 1
9337 TA WESTERVELDE
Tel.: 0592-612747
E-mail: De-mare@kpnplanet.nl
www.zorgboerderijdemare.nl

 

Fokcentra:

Fokcentrum Recreatieboerderij Zorgvrij (Spaarnwoude)
Fokcentrum Lakenvelderfokkerij Vijfheerenlanden (Lexmond)
Fokcentrum Het Lotter
Fokcentrum De Wouderstee
Fokcentrum Stichting Zorgboerderij de Mare
Fokcentrum Hoeve Bosoord
Fokcentrum Zorgboerderij Oliehoek