In deze rubriek buigt de webredactie zich over nieuw verschenen kookboeken en bespreekt ze vanuit het Slow Food gedachtegoed. Wil je reageren of een kookboek insturen om te laten recenseren? Stuur dan een mailtje naar webredactie@slowfood.nl.
Lastig, duurzaamheid en vis eten. Een viswijzer of MSC keurmerk om rekening te houden met de bedreigde soorten, een ‘vis&seizoen’ wijzer om in het juiste seizoen te eten en bij voorkeur nog van dichtbij ook. Daar hoef je in de meeste supermarkten niet om te komen, zelfs veel visboeren hebben dan weinig keus. Toch kom je een heel eind, als je maar weet waar je het moet halen - Het Nederlands Viskookboek van Bart van Olphen helpt je daarbij een heel eind op weg.
Bart van Olphen is oprichter van de duurzame viswinkelketen Fishes en zet zich daarmee al negen jaar in om meer duurzame vis op de kaart te krijgen in Nederland. In het Nederlands Viskookboek schrijft hij over de belangrijkste duurzame vissoorten die Nederland kent. Daarvoor trok langs acht Nederlandse vissersdorpen, om de verhalen achter de duurzame visserij te horen. Hij stapt daar aan boord van de vissersboten en omschrijft de plaatselijk gevangen vissoorten, hoe daarop gevist wordt en geeft een aantal degelijke recepten. Het vissersleven is een hard bestaan, maar ondanks dat leverde zijn reis schitterende foto’s en sfeervolle verhalen op. De romantiek klinkt bijna door in iedere zin (waarbij ook Bart van Olphen zelf opmerkt dat het een wonderlijke paradox is), en het laat vooral de passie zien waarmee de vissers hun werk doen. Van spiering tot oosterscheldekreeft, als je alle duurzaam gevangen vissen zo op een rijtje ziet lijkt het aanbod meer dan divers genoeg om het hele jaar vis te eten met een goed geweten. Achterin het boek staan de behandelde vissoorten bovendien ook nog op seizoen ingedeeld, zodat je een mooi compleet beeld hebt van duurzame, seizoensgebonden, lokale vis. Ook worden de belangrijkste bereidingstechnieken (fileren, garnalen pellen, inktvis schoonmaken, etc.) behandeld en is er een hoofdstuk gewijd aan sauzen voor bij de vis.
Het is een schitterend boek om te zien en het leest lekker weg. Een belangrijke vraag blijft helaas wel onbeantwoord: kunnen we met deze soorten, in combinatie met de duurzame vangsttechnieken, Nederland voorzien in zijn visbehoefte? Afgaand op de kleinschaligheid die Van Olphen beschrijft lijkt dat vandaag de dag niet eenvoudig, en is het nog wat behelpen voor de consument die niet in een grote stad woont met een ruim visaanbod (of Fishes filiaal). Gaandeweg werd ik ook nieuwsgierig naar de vraag of een vergelijkbare reis langs duurzame viskwekerijen een even mooi boek zou opleveren, want wellicht zou ook daar een deel van de oplossing kunnen liggen. Belangrijker is echter dat hij laat zien dat er ruimschoots mogelijkheden zijn voor verantwoorde visserij, hij maakt dat je respect krijgt voor zowel de visser als het water, en laat je, in zijn eigen woorden “lekkerbekken met vis van dichtbij en stoere vissersverhalen”. Aan Van Olphen zal het niet liggen in elk geval, laat u inspireren door zijn boek!
Ewout Fernhout
Het Nederlands Viskookboek, Bart van Olphen, ISBN: 9789048809813
Appels en peren zijn in Nederland zo’n beetje het gewoonste fruit wat er te vinden is. Per persoon eten we gemiddeld zo’n 50 appels per jaar - best veel en dat is nog zonder de appelsap consumptie. In tijden dat er nog niet zoveel ander fruit was in Nederland, en vrijwel iedere boerderij een eigen boomgaard met fruitbomen had, was dat getal waarschijnlijk zelfs nog groter. Toch is er iets belangrijks veranderd: veel van ons fruit komt niet meer uit eigen land, en alle traditionele hoogstamrassen met bijzondere smaak- en andere eigenschappen zijn vrijwel geheel uit de commerciële handel verdwenen. Het Smaakboek Achterhoeks fruit van Maurits Steverink (voorzitter Slowfood Achterhoek) en Michiel Bussink is een document waarin geschiedenis en kennis over appels en peren in de achterhoek wordt vastgelegd, en probeert de waardering voor die traditionele rassen en fruit van dichtbij weer terug te brengen.
Het boek begint met een verhaal over de Zutphense fruitleraar Scheltens, wiens bijzonder mooie en gedetailleerde tekeningen van verschillende appel- en perenrassen voor het eerst gepubliceerd zijn in dit boek. Het is een mooie inleiding tot de geschiedenis van appels en peren in de Achterhoek. Het vertelt het verhaal van diversiteit van rassen en wat daar zo bijzonder aan is voor de Achterhoek. Dat contrasteert met hoe de commercie van appel- en perenteelt tegenwoordig in elkaar steekt, maar het boek laat ook voorbeelden zien van hoe het anders kan - slimme ondernemers die juist gebruikmaken van die diversiteit en met liefde voor hun vak de cultuurgeschiedenis willen bewaren. Er wordt bovendien een aanzet gedaan voor toekomstmogelijkheden voor appels uit eigen land of streek.
De tweede helft van het boek bevat meer praktische informatie, over het zelf planten en verzorgen van fruitbomen, over de verwerking en vermarkting, en ten slotte een handvol traditioneel Achterhoekse en moderne recepten.
Toegegeven, de vormgeving en de fotografie doen soms wat kneuterig aan. Het boek is in eigen beheer uitgegeven, en daarmee mist het wat professionaliteit. Bepaalde zinsnedes of stukken informatie komen meerdere keren in het boek terug, wat soms storend of verwarrend werkt. Maar wie daar doorheen kijkt heeft eigenlijk een prachtig cultuurdocument én praktisch handboek in handen. En mocht je zelf geen plat proaten, dan leer je er bovendien nog een woordje achterhoeks dialect mee. Ik ben benieuwd naar Smaakboek 2!
Ewout Fernhout
Smaakboek Achterhoeks fruit - he’w zelf - ku’w zelf - doe’w zelf, Maurits Steverink en Michiel Bussink, ISBN: 9789081802604
Een kookboek moet voor mij ten minste een van twee dingen doen: het moet mij inspireren om zelf aan de slag te gaan met vergelijkbare ingrediënten of bewerkingen (vrij zelden maak ik een recept precies volgens instructies), of het moet mij boeien door het verhaal achter de recepten. Van seizoen tot seizoen van Sophie Dahl doet beide: van de schitterende fotografie krijg ik spontaan zin om te gaan koken, en de verhaaltjes erbij lezen heerlijk weg. Ze schrijft op een persoonlijke manier, kwetsbaar en met veel humor. De Nederlandse vertaling van Jaro Schneider is bovendien uitstekend. Daar koop je een kookboek niet voor, maar het geeft het geheel karakter. De bijna dromerige manier waarop ze de seizoenen beschrijft, en er smaak mee verbind geeft de gerechten een plek. De recepten zijn gerangschikt op seizoen en op eetmoment, en zijn grotendeels afkomstig uit de Indiase en Britse keuken. Sommige gerechten zijn daarbij niet helemaal op zijn plek (courgettes in het voorjaar), maar de meeste ingrediënten komen rechtstreeks uit de tuin van Sophie Dahl en lopen dus perfect synchroon met de seizoenen. Wat betreft de gerechten doet geen enkel seizoen onder voor een ander, met dit boek kun je werkelijk van seizoen naar seizoen genieten. Of gewoon de leuke verhaaltjes lezen en lekkere plaatjes kijken natuurlijk!
Ewout Fernout
Van seizoen naar seizoen, Sophie Dahl, ISBN: 978 90 488 0987 5
“Voor mij is saus de basis van een gerecht. Saus vormt de verbindende schakel tussen de verschillende componenten en slaat de brug van spijs naar wijn”, Erik van Loo (chef-eigenaar van het gerenommeerde tweesterrenrestaurant Parkheuvel in Rotterdam) heeft passie voor sauzen. Het boek "Sauzen" is zijn ode aan smaak en het verbinden van smaken. Van Loo schrijft in zijn eigen, soms nog wat onwennige stijl hoe hij de rol van sauzen toepast in zijn werk. Hij vertelt dat er sinds hij in zijn schooltijd de theorieën van Escoffier leerde veel veranderd is, maar dat er nooit een goed modern boek over sauzen werd geschreven. Daarbij ontbreekt soms nog wat moderne techniek, waar hij wel naar refereert maar die hij in de recepten zelf niet toepast. Toch is het interessant om een kijkje in de keuken van een van de beste restaurants van Nederland te krijgen, zeker als je daarbij meer leert over hun sausgeheimen. Van Loo's passie, gecombineerd met zijn sauzenstelsel, zijn eigen handigheidjes en vuistregels maakt van "Sauzen" een aardig boek voor iedereen die meer wil koken met sauzen.
Ewout Fernhout
Sauzen, Erik van Loo, ISBN: 9789048809905
Eerlijk is eerlijk: als je een ‘Handboek voor de vinexjager’ op je naam hebt staan, en je mensen een compleet boek lang aanspoort om matties met je slager te worden, dan kun je bij mij verder weinig meer verkeerd doen. En dat ik frequent lezer van de blogs van beide auteurs van dit boek ben zal mij ook niet geheel onpartijdig maken. Toch denk ik dat ‘Over worst’ van Sjoerd Mulder en Meneer Wateetons (ondanks dat ze dat zelf nooit zo zullen zeggen) zo ontzettend Slow Food is dat ik mijn enthousiasme graag met u deel. Hier is waarom:
Veel typische ‘Slow Food’ literatuur is bloedserieus en voornamelijk gericht op hoog opgeleide mensen met een bovengemiddeld budget en een bovengemiddelde interesse in eten, cultuur, duurzaamheid, economie, geschiedenis en alle andere onderwerpen die bij voedselproblematiek komen kijken. Loop je een gemiddeld cafe, voetbalkantine of andere vergelijkbare gelegenheid binnen, dan is de kans dat je over deze onderwerpen een goede discussie gaat hebben niet zo heel groot. En dat zijn waarschijnlijk exact de plekken waar ‘Over worst’ best weleens in goede aarde zou kunnen vallen. Volledig doorspekt met humor en met een flinke dosis testosteron (echt vrouwvriendelijk is het boek niet), is het ‘t meest down to earth manifest dat je zult vinden om mensen aan te sporen hun eigen worsten te maken.
Of zelfworsten wel de oplossing is voor onze voedselproblematiek? Natuurlijk niet. Maar zorgvuldig verpakt (hoogstwaarschijnlijk onbedoeld) zitten hierin een paar heel belangrijke boodschappen. Ten eerste: worst is vakmanschap. In de supermarktworstgids achterin het boek staat geen enkele worst met meer dan vier van de vijf sterren, terwijl er 175 zijn getest. Door het boek heen geven de auteurs regelmatig inzicht in welke aspecten supermarktworsten over het algemeen van minder goede kwaliteit maken. De echt lekkere worsten maak je zelf, en daar komt heel veel kennis en ervaring bij kijken. Dat is (paradoxaal genoeg) meteen de tweede belangrijke boodschap: zelf doen! Het boek geeft alle redenen om, mits je een paar belangrijke randvoorwaarden in ogenschouw neemt, gewoon aan de slag te gaan. Ambacht na de voetbaltraining. Het betreffende hoofdstuk draagt niet voor niets de titel “DOE HET DAN”. Dat dat zelf doen de lezers bewust maakt van wat ze eigenlijk eten gaat waarschijnlijk bijna ongemerkt, maar wel bijzonder effectief. Tenslotte viert het boek diversiteit. Niet alleen bevat het boek een grote verscheidenheid aan worstrecepten (zoals je van een boek over worst maken mag verwachten), maar er wordt ook ruimschoots aandacht besteed aan lokale specialiteiten en wat bepaalde worsten bijzonder maakt. Stuk voor stuk onderwerpen die omarmd worden door Slow Food.
Het boek is niet overal een meesterwerk: in de recepten worden zowel de termen ‘zout’ als ‘nitrietzout’ gebruikt, terwijl altijd dat laatste bedoeld wordt (een essentieel detail!). Ook inhoudelijk is het op sommige plekken een beetje rommelig: onderwerpen worden (onnodig) dubbel behandeld en de volgorde is niet altijd logisch. Misschien het resultaat van het co-auteurschap? Gelukkig doet het niets af aan het (adhd) enthousiasme en de ‘doe het dan’ houding. De schitterende infographics zijn vaak even informatief als humoristisch en alles bij elkaar is het een mooi compleet werk voor iedereen die zelf worsten zou willen maken. Zelfs als je geen worst uit het boek ooit zult maken, dan heb je op z’n minst een leuk leesboek met de handige supermarktworstgids (volgende versie op zakformaat?).
Ewout Fernhout
Over worst, Meneer Wateetons en Sjoerd Mulder, ISBN: 9789048809912, €22,50
Voedsel zou wel eens de sleutel kunnen zijn tot de oplossing voor verstedelijking, kapitalisme, wereldpolitiek, peak oil, honger en klimaatopwarming, zo stelt Carolyn Steel in haar boek De Hongerige Stad. Geen luchtig statement, maar gelukkig is vrijwel heel het boek op te vatten als een nuancering daarvan. Voedsel ís simpelweg een van de belangrijkste dingen die cultuur, het landschap en de steden heeft gevormd en dat nog dagelijks doet, en dat is precies waar dit boek over gaat.
Carolyn Steel schrijft over de relatie tussen steden en voedsel, zonder daarbij duidelijk onderscheid tussen die twee te maken. Ze beschrijft gedetailleerd hoe grote steden als London, Parijs en Rome zich door de geschiedenis hebben ontwikkeld en hoe voedsel daarin tot op de dag van vandaag een belangrijke rol heeft gespeeld. In ieder hoofdstuk wordt eigenlijk steeds dezelfde problematiek vanuit een ander perspectief belicht: van het land, bevoorrading van de stad, markt en supermarkt, de keuken, aan tafel tot afval. Op een journalistieke manier die vergelijkbaar is met de stijl van Michael Pollan geeft ze een persoonlijk verhaal dat rijk wordt ondersteund door referenties naar historische bronnen, zowel feitelijk als filosofisch. Hier en daar klinkt er wat sarcasme door in het verhaal, maar dat draagt eigenlijk alleen maar positief bij aan de leesbaarheid en het karakter van het boek.
De veelzijdige belichting maakt dat het boek een bijzonder compleet verhaal vertelt. Sommige aspecten van de voedselproblematiek in de stad komen in bijna ieder hoofdstuk terug, waardoor het totaalbeeld steeds duidelijker wordt en daarmee ook de relaties tussen de verschillende factoren. Carolyn Steel is architect, en dat maakt dat ze goed de het verband weet te leggen tussen de ontwikkeling van de steden, cultuur en voedsel en de daarbij behorende sociale en technische uitdagingen.
Het boek eindigt met een hoofdstuk genaamd sitopia (van het oud Griekse woord sitos (voedsel) en topos (plaats)), waar ze oplossingen beschrijft die door de eeuwen heen door mensen uit verschillende disciplines zijn voorgesteld en daar haar visie op geeft. Aan het einde van het hoofdstuk geeft ze haar eigen visie op de toekomst en hoe we daar zouden kunnen komen. Als slotakkoord doet dat echter onder voor de rest van het boek. Ze maakt eigenlijk dezelfde fout van het beschrijven van een utopie die ze ook haar voorgangers verweet, zonder het zelf te merken. Dat is jammer, want juist in alle voorgaande hoofdstukken hint ze al op een veel realistischere en bescheidenere manier naar mogelijke oplossingsrichtingen waarbij ze vaak een combinatie omschrijft tussen traditionele werkwijzen en moderne technologie. Als geheel geeft het boek daarmee gelukkig wel genoeg aanknopingspunten voor een betere toekomst, maar een oplossing voor alle bovengenoemde wereldproblematiek biedt ze niet. Wel voor een toekomst om van te genieten, helemaal in lijn met het Slow Food gedachtengoed.
Ewout Fernhout
De Hongerige Stad, Carolyn Steel, ISBN: 9789056628055, €19,95
Zie haar TED talk, How Food Shapes Our Cities

Harold McGee schreef in 1984 zijn boek On food and cooking (NL: Over eten & koken
), en zette daarmee een belangrijk basiswerk neer voor iedereen die meer wil in de keuken dan gewoon recepten volgen. Het bijna encyclopedische boek bevat een ware schat aan informatie over alle chemische processen achter vrijwel alles wat met eten bereiden en bewaren te maken heeft, en is ondanks dat uitstekend leesbaar. In het boek staan geen recepten, maar je gaat er veel beter van koken doordat je begrijpt wat er gebeurt.
Het nieuwe boek van McGee heet Goed koken (wederom een dikke pil met 608 pagina’s) en is vergelijkbaar met zijn voorgaande boeken in de wetenschappelijke aanpak, maar toch is de opzet heel anders. In plaats van in te gaan op de chemische kant van het koken wordt per onderwerp een lijst met tips en puntsgewijze informatie gegeven. Op deze manier is het boek veel meer bruikbaar in de keuken. Hoewel er nog steeds geen recepten in staan, staan er voor een heleboel standaardgerechten of producten wel instructies over de beste bereidingswijzen. Je leest er bijvoorbeeld hoe je voorkomt dat je soep gaat schiften of hoe je chocolade tempert. Ook staat er een hoop informatie in over keukengereedschappen en waar je op moet letten tijdens het kopen van etenswaren.
Een ander groot verschil met Over eten & koken is de duidelijk aanwezige persoonlijke noten van McGee. Hij schrijft sommige stukken op een bijna zweverige manier. Dat is niet erg of storend, maar geeft het boek wel een meer persoonlijk karakter dan je zou verwachten van een boek dat feitelijkheid rondom koken claimt.
Al met al zou ik bijna durven te zeggen dat wie Goed koken samen met Over eten & koken in zijn kast heeft staan en het internet niet schuwt nauwelijks nog kookboeken nodig heeft. Alle feitelijk informatie bij de hand en een oneindige verzameling recepten online voor inspiratie en je hebt niets meer nodig!
Ewout Fernhout
Goed Koken, Harold McGee, ISBN: 978 90 468 0575 6
Wanneer mensen het hebben over streekproducten, dan doelen ze meestal niet op gerookte voorntjes of meerkoetbitterballen uit de eigen sloot. En toch, waarom wel die anonieme duivenborstfilet uit Tsjechië van de poelier, maar niet die van de plaag uit je eigen stad? En vooral: waarom niet zelf vangen en klaarmaken om te ontdekken hoe groot de voldoening is die je daaruit krijgt?
Als Vinex-man stel je je die vraag niet zo snel, vooral omdat de drempel zo hoog lijkt. Je hebt tenslotte een drukke baan met een net pak, vrouw en kinderen en bovendien: alle luxe die je je maar kunt wensen. Maar bijna elke Vinex-man komt op een punt dat hij gaat twijfelen. Zijn mannen niet gemaakt voor heel andere dingen? Waar ontleen je je mannelijkheid eigenlijk aan? Voor deze twijfelende man is er nu het Handboek voor de Vinex-jager.
Er zijn al heel veel boekjes geschreven over het zelf maken van bier, kaas of worst. Vaak weten die binnen de kortste keren op een veel te serieuze manier een ernstig burgerlijke hobby te maken van wat eigenlijk een onderdeel van ons oer-instinct zou moeten zijn. Het Handboek voor de Vinex-jager doet het anders. Met veel humor en een onverwoestbare can-do-attitude behandelen Meneer Wateetons en Sjoerd Mulder alles van het slachten van een cavia tot het zelf brouwen van ‘prisonwine’.
Wie de blogs van beide heren volgt zal veel stukken uit het boek herkennen. Het boek geeft daarbij echter veel meer informatie in de vorm van instructies en recepten, waar het bij de blogs vaak bleef bij leuke verhaaltjes. Andersom komt het ook voor, zo staan er instructies in het boek voor het zelf bouwen van een rivierkreeftenval, maar blijft onvermeld dat Meneer Wateetons daarmee zelf geen rivierkreeftjes ving. Het is eigenlijk de grootste charme van dit boek; niet teveel getheoretiseer en ingewikkelde technieken, maar gewoon proberen en meer waarde hechten aan het proces dan het resultaat. Het gaat om het terugvinden van je instincten, niet zozeer om het jaarrond voeden van je gezin - dan moet je niet in een Vinex-wijk gaan wonen en kun je beter je baan opzeggen.
Dus, mannen die graag wat meer avontuur in hun leven zouden willen hebben en niet bang zijn om hun huwelijk of leven daarvoor op het spel zetten (de betreffende thema’s zijn daarvoor gelukkig gemarkeerd), hebben aan dit boek een uitstekende referentie. Om het dieet compleet te maken moeten we nog even wachten op deel twee (Handboek voor de Vinex-verzamelaar), maar tot die tijd staan er meer dan genoeg zaken in dit boek om zoet mee te blijven. Ook voor de (stoere) Vinex-vrouw overigens, als je het mij vraagt.
Ewout Fernhout
Het boek is verkrijgbaar bij de boekhandel of op bol.com: Handboek voor de Vinex-jager, Meneer Wateetons & Sjoerd Mulder, ISBN: 9789044614268
links:
Sjoerd Mulder
Meneer Wateetons
Website Handboek voor de Vinex-jager
“Dat lust ik niet,” horen ouders vaak. “Ik hoef het niet.” Kinderen prikken tot kokhalzen toe in de aardappelen, gehaktbal of (uhhh!) spruitjes. Laura Emmelkamp en Scato van Opstall lieten zich niet klein krijgen. Ze wilden hun kinderen Puck en Bliek verse groente laten eten. De oplossing: Keet Smakelijk, een boek met 77 recepten en een pond gezond verstand.
Net als andere ouders wilden Laura Emmelkamp en Scato van Opstall hun kinderen groente laten eten. Maar niet door dreigen en straffen, het moest wel een beetje gezellig blijven aan tafel. Tot ze op een avond tijdens het eten in een struikje broccoli een zanger met een afrokapsel herkenden. Dat haar moest geknipt! En hun kinderen knaagden met hun tanden de woeste haren van de zangers van de Broccoli’s kort. Lachen!
Dat was het begin van een jarenlang kookproject. Het idee van Laura en Scato was oorspronkelijk om wat tips te verzamelen voor andere ouders, die verbaasd keken wat Puck en Bliek allemaal naar binnen werkten: groene asperges, kikkererwten, rucola. Hoe deden ze dat? Maar het project liep snel uit de hand. “Zo’n gezinsproject is lachen, maar dat verging ons ook wel eens,” schrijven ze in het voorwoord. “Koken, testen, verhalen en plaatjes verzinnen, fotograferen, researchen, schrijven, herschrijven.”
Het resultaat is het kookboek ‘Keet Smakelijk’. Uitgegeven in eigen beheer, omdat de auteurs geen concessies willen doen aan de wensen van uitgeverijen. De ondertitel zegt alles: 77 vrolijke recepten en een pond gezond verstand. Bij ieder recept hoort een verhaaltje. Bijvoorbeeld over camouflagesoep, die dezelfde kleur heeft als soldatenpakken. Of salade met 100 robijnen en granaten. Uit het voorwoord: “Donker. Waxinelichtjes aan. Deksel op de slabak annex schatkist. ‘Mag ik ‘m opendoen?’ Magie! Echte robijnen schitteren op de sla.” Ja, logisch dat die salade daarna achter elkaar wordt opgegeten! Nooit meer pasta met enge groene dingetjes, maar drakenstaarten of viskoekjes bij de vissenthee. Op de website bij het boek laten andere ouders weten dat kinderen die eerst gruwelden van groene dingetjes in de saus, nu zelfs groente van het bord van hun broertje afpikken.
En Laura en Scato spelen met hun eten. De speelgoedkist werd omgekeerd, cowboys staan in de salade en een speelgoedautootje wordt uit de soep getakeld. Zo wordt het eten leuk! Soms wordt de tafel heel vies, geeft Laura aan, maar dat maakt niet uit. “Het is lachen, in plaats van lastig.” En dat straalt het boek uit: gezond eten is leuk en gezellig.
Achterin het kookboek staat een ABC met informatie over gezonde voeding. Laura en Scato kwamen op hun zoektocht naar goed en lekker eten veel interessante informatie tegen over gezonde voeding. In nuchtere taal worden feiten over gezond eten gepresenteerd, waarbij in één moeite het Voedingscentrum en Sonja Bakker gehekeld worden. Samen met zogenaamde fruitdranken, ambachtelijke koeken en light.
Mensen die kinderen hebben, moeten onmiddellijk dit boek kopen. Blader langs die prachtige foto’s, lees de verhaaltjes met je kinderen en kies samen uit wat jullie deze week gaan eten. Mensen die geen kinderen hebben, moeten het boek ook onmiddellijk kopen. Lees het, onthou al die interessante informatie over gezond eten en kopieer de recepten die je lekker lijken. Pak het dan netjes in en geef het cadeau aan mensen met kinderen. Nooit meer schuiven met een gehaktbal, nooit meer koude aardappels, nooit meer boze gezichten. Het wordt Keet aan tafel.
Keet Smakelijk!
Sabina Posthumus
Verkrijgbaar via www.keetsmakelijk.nl of in de boekhandel. Laura Emmelkamp & Scato van Opstall, Keet Smakelijk, ISBN: 9081439618. Verkoopprijs: € 29,95.
Elk vakgebied heeft zijn autoriteiten. Ik denk dat de nieuwe autoriteit van de vrije voedselvergaring in Nederland woont, en dat haar laatste boek een aanwinst is voor iedereen die zich serieus in dat onderwerp wil verdiepen.
Dat is, als je er bij stil staat, eigenlijk best bijzonder. In Nederland zijn we dol op onze bureaucratische regeltjes; het is verboden om bramen te plukken of eikels te rapen, en wie van het bospad wijkt is direct in overtreding. Cultuurhistorisch is dat helemaal niet zo vreemd, we danken ons bestaan als land immers grotendeels aan de overwinning tegen de natuur/het water. Maar toch, zouden we niet veel meer respect krijgen voor, en verbondenheid met de natuur als we er wat dichter bij konden komen? Ria loohuizen omhelst die gedachte. Intiemer dan iets uit de natuur in je mond stoppen kan bijna niet, en zij geeft met haar boek alle reden om een wandeling door de natuur een culinaire dimensie te geven.
Ria Loohuizen schreef eerder al onder andere Zwam in de pan (2000) en Vlier in de Fles (2002), en recentelijk nog Bos op je Bord. Van Nature is, meer dan haar vorige boeken, een boek dat een uitstekend naslagwerk is voor eetbare planten. In een uitgebreide inleiding behandelt ze alles van etnobotanie tot mystiek en volksgeneeskunde rondom het thema eetbare planten. In het deel erna volgt een overzicht met aanwijzingen voor het determineren en plukken van eetbare planten, met vervolgens in het laatste deel recepten en andere verwerkingstips.
Wat dit boek extra bijzonder maakt zijn de vele schitterende illustraties, afkomstig uit de Hortus Bibliotheek. In tegenstelling tot foto’s, kunnen in een illustratie alle belangrijke kenmerken van een plant helder en overzichtelijk worden weergegeven, wat erg prettig is bij determinatie. De illustraties zijn vaak al kleine kunstwerkjes op zich! Al met al een boek dat in de boekenkast van een moderne (jager/) verzamelaar niet mag ontbreken. Ik zou vast beginnen met de Engelse vertaling als ik de uitgever was!
Ewout Fernhout
Het boek is verkrijgbaar bij uw boekhandel of op bol.com: Van Nature, Ria Loohuizen, ISBN: 9789025364328
Andere boeken van Ria Loohuizen:
Bos op je bord (2009)
Goed bitter best (2005)
Van de kastanje (2002)
Vlier in de fles (2002)
Zwam in de pan (2000)
Met een overvloed aan doorsnee kookboeken in de boekenwinkel is een meer filosofisch kookboek soms een verademing. Ik eet, dus ik ben van Michiel Bussink is zo’n kookboek dat veel meer is dan alleen recepten. De bundeling van 60 verhaaltjes (eerder verschenen als column in Milieudefensie Magazine) kun je als gewoon kookboek gebruiken, maar om lekker weg te lezen is het eigenlijk veel geschikter. En bij dat weglezen blijkt het boek verrassend lichtvoetiger dan je in eerste instantie misschien zou verwachten.
Als geen ander verstaat Michiel Bussink de kunst om telkens verhalen over alles van Miss Witlofverkiezingen tot de economische recessie en studententrauma’s uiteindelijk in een klein recept in de kantlijn te concentreren. Telkens weer klopt het dan bovendien - het verhaal zit echt in het recept. En dat is precies de boodschap van dit boek; ons eten is veel meer dan alleen maar voedsel dat we in onze mond stoppen maar zegt alles over hoe wij als mensen verbonden zijn met de aarde. Nog knapper is dat Michiel Bussink dat verhaal vertelt zonder dat het als een serieuze profetie overkomt.
Dat maakt het extra jammer dat de vormgeving van het boekje daar totaal geen recht aan doet. De goedbedoelde ‘speelse’ gekartelde omkadering van de foto’s maken dat het geheel kinderachtig aandoet. De fotografie is daarentegen goed, maar in het geheel van de vormgeving komt dat niet tot z’n recht.
En zo geeft dit boek als een oester door z’n uiterlijk (zowel de vormgeving als de zware achterflaptekst) z’n parel aan de snelle voorbijganger maar moeilijk prijs. Zonde, want die parel is zeer de moeite waard. Don’t judge a book by it’s cover, zouden de Engelsen zeggen.
Ewout Fernhout
Het boek is verkrijgbaar bij uw boekhandel of op bol.com: Ik eet, dus ik ben, Michiel Bussink, ISBN: 9789055946792
.jpg)